Aftellen

Soms, als ik aan honderdtwintig per uur op de autostrade rijd, stel ik me het spectaculaire ongeluk voor dat ik zou veroorzaken mocht ik plots naar links uitwijken. Heb jij dat ook? Of ik beeld me in, van boven op een hoge toren naar beneden turend, hoe het zou voelen mocht ik plots springen. Of uitglijden en vallen. Je weet vast wat ik bedoel. Toch? Die onschuldige morbide gedachten fladderen mijn hoofd weer even snel naar buiten. Lees verder Aftellen

Vertrouwen

Eén nacht op Intenzieve Zorgen blijkt voldoende om ons meisje op krachten te laten komen. Het is even wachten op een kamer, zodat Anna’s bed pas tegen de avond ons nieuwe stekje wordt binnengerold. De verpleegkundige vliegt er meteen in en koppelt de sondepomp aan om nog snel een maaltijd toe te dienen. Ik protesteer. Het is immers bedtijd. Anna krijgt die voeding nooit tijdig verteerd.  Lees verder Vertrouwen

Spoed

Sinds half elf deze ochtend hangen we wat rond in een klein kamertje op de spoeddienst. Er staan hier enkel een stoel en een onderzoekstafel. Jona staat onbeweeglijk voor het raam. Anna is op zijn schouder in slaap gevallen. We zijn zo blij dat ons ziek meisje eindelijk rustig is, dat geen van ons beiden nog een kik durft te geven. Bij onze aankomst werd er een oppervlakkig onderzoekje uitgevoerd, bloed geprikt en een urinestaal genomen. Sindsdien wachten we in dit sombere hokje, zonder echt te weten waarop.  Lees verder Spoed

Infuus

Anna slaapt onrustig. Met haar oogjes dicht ligt ze te krawietelen in haar nieuwe ligorthese, die we handig op het ziekenhuisbed installeerden. Ik lig te luisteren naar haar gewoel. Hopelijk begint ze niet te wenen, denk ik vermoeid.

Het is onze derde week in het ziekenhuis. Vandaag klampte ik me voor een zoveelste keer vast aan een nietig lichtpuntje. Maar hoe langer ik mijn gedachten de vrije loop laat in de schemerige kamer, hoe sterker mijn hoopvol vonkje deze keer wordt. Lees verder Infuus

Hoop

Nadat we te horen kregen dat Anna een doofblind meisje was, bleef ik met haar een week in het ziekenhuis. Er wachtten Anna een heleboel onderzoeken, eerder bedoeld om andere mogelijke mankementen uit te sluiten. Ook al werd er flink gepuzzeld, soms stond er slechts één scan op ons medisch dagprogramma, zodat ik vaak alleen was met Anna, verzuipend in een zee van tijd. Tijd om na te denken.

Lees verder Hoop

Google

We moeten een nacht in het ziekenhuis blijven nadat Anna een epilepsieaanval had. Een verpleegster is druk in de weer, een beetje zenuwachtig, en plakt een hele resem elektroden één voor één op Anna’s hoofdje, zodat deze vannacht haar hersenactiviteit kunnen registreren. De gebruiksaanwijzing ligt op haar schoot en ze dubbelcheckt minstens drie keer voor ze een elektrode durft aan te brengen. ‘Normaal gezien doet mijn collega dat altijd.’, verontschuldigt ze zich. Jona en ik wisselen een vermoeide blik uit die boekdelen spreekt. Geduld. Lees verder Google