Foutje

Ik blijf Anna aankijken en fluister vrolijke woordjes tot haar gezichtje wegglijdt naar dromenland. De anesthesist verwijdert het mondmasker en bevestigt met een zelfzekere knik dat ze slaapt. Terwijl een ziekenhuisjongen me de kamer uit leidt, klampt mijn bezorgde blik zich zo lang mogelijk vast aan vier flitsende handen die Anna’s verdoofde lijfje klaarstomen voor een zoveelste operatie. Ik ken de weg naar de wachtgang, maar wennen doet dit nooit. Lees verder Foutje

Infuus

Anna slaapt onrustig. Met haar oogjes dicht ligt ze te krawietelen in haar nieuwe ligorthese, die we handig op het ziekenhuisbed installeerden. Ik lig te luisteren naar haar gewoel. Hopelijk begint ze niet te wenen, denk ik vermoeid.

Het is onze derde week in het ziekenhuis. Vandaag klampte ik me voor een zoveelste keer vast aan een nietig lichtpuntje. Maar hoe langer ik mijn gedachten de vrije loop laat in de schemerige kamer, hoe sterker mijn hoopvol vonkje deze keer wordt. Lees verder Infuus