Foutje

Ik blijf Anna aankijken en fluister vrolijke woordjes tot haar gezichtje wegglijdt naar dromenland. De anesthesist verwijdert het mondmasker en bevestigt met een zelfzekere knik dat ze slaapt. Terwijl een ziekenhuisjongen me de kamer uit leidt, klampt mijn bezorgde blik zich zo lang mogelijk vast aan vier flitsende handen die Anna’s verdoofde lijfje klaarstomen voor een zoveelste operatie. Ik ken de weg naar de wachtgang, maar wennen doet dit nooit. Lees verder Foutje

Woorden

Ik voel me intens klein en verdrietig wanneer ik verplicht word om Anna achter te laten. Ik staar naar de grond als een klein meisje dat berispt wordt door een strenge juf. ‘Het is maar voor één nacht, mevrouw, en u mag altijd bellen. Een nacht thuis slapen zal u trouwens goed doen.’ Nee!, wil ik roepen. Ik moet bij Anna blijven! Jullie begrijpen het niet. Lees verder Woorden