Google

We moeten een nacht in het ziekenhuis blijven nadat Anna een epilepsieaanval had. Een verpleegster is druk in de weer, een beetje zenuwachtig, en plakt een hele resem elektroden één voor één op Anna’s hoofdje, zodat deze vannacht haar hersenactiviteit kunnen registreren. De gebruiksaanwijzing ligt op haar schoot en ze dubbelcheckt minstens drie keer voor ze een elektrode durft aan te brengen. ‘Normaal gezien doet mijn collega dat altijd.’, verontschuldigt ze zich. Jona en ik wisselen een vermoeide blik uit die boekdelen spreekt. Geduld. Lees verder Google

Voor altijd

‘Zal dat altijd zo blijven?’, vraag ik stil.

Mijn versnelde hartslag dreunt in mijn oren. Het geluid is zo overheersend dat ik mezelf nauwelijks hoor praten. Verward maak ik de bedenking dat ik het gevoel ervaar dat omschreven wordt als de grond die onder je voeten verdwijnt. Ik voel letterlijk een zwarte, beangstigende leegte onder me. Ik kijk naar beneden. Anna ligt in mijn armen.

Laat dit alstublieft niet waar zijn. Laat dit toch alstublieft niet waar zijn.

Maar ik weet het antwoord al. Lees verder Voor altijd