Aftellen

Soms, als ik aan honderdtwintig per uur op de autostrade rijd, stel ik me het spectaculaire ongeluk voor dat ik zou veroorzaken mocht ik plots naar links uitwijken. Heb jij dat ook? Of ik beeld me in, van boven op een hoge toren naar beneden turend, hoe het zou voelen mocht ik plots springen. Of uitglijden en vallen. Je weet vast wat ik bedoel. Toch? Die onschuldige morbide gedachten fladderen mijn hoofd weer even snel naar buiten. Lees verder Aftellen

Foutje

Ik blijf Anna aankijken en fluister vrolijke woordjes tot haar gezichtje wegglijdt naar dromenland. De anesthesist verwijdert het mondmasker en bevestigt met een zelfzekere knik dat ze slaapt. Terwijl een ziekenhuisjongen me de kamer uit leidt, klampt mijn bezorgde blik zich zo lang mogelijk vast aan vier flitsende handen die Anna’s verdoofde lijfje klaarstomen voor een zoveelste operatie. Ik ken de weg naar de wachtgang, maar wennen doet dit nooit. Lees verder Foutje

Woorden

Ik voel me intens klein en verdrietig wanneer ik verplicht word om Anna achter te laten. Ik staar naar de grond als een klein meisje dat berispt wordt door een strenge juf. ‘Het is maar voor één nacht, mevrouw, en u mag altijd bellen. Een nacht thuis slapen zal u trouwens goed doen.’ Nee!, wil ik roepen. Ik moet bij Anna blijven! Jullie begrijpen het niet. Lees verder Woorden

Infuus

Anna slaapt onrustig. Met haar oogjes dicht ligt ze te krawietelen in haar nieuwe ligorthese, die we handig op het ziekenhuisbed installeerden. Ik lig te luisteren naar haar gewoel. Hopelijk begint ze niet te wenen, denk ik vermoeid.

Het is onze derde week in het ziekenhuis. Vandaag klampte ik me voor een zoveelste keer vast aan een nietig lichtpuntje. Maar hoe langer ik mijn gedachten de vrije loop laat in de schemerige kamer, hoe sterker mijn hoopvol vonkje deze keer wordt. Lees verder Infuus

Hoop

Nadat we te horen kregen dat Anna een doofblind meisje was, bleef ik met haar een week in het ziekenhuis. Er wachtten Anna een heleboel onderzoeken, eerder bedoeld om andere mogelijke mankementen uit te sluiten. Ook al werd er flink gepuzzeld, soms stond er slechts één scan op ons medisch dagprogramma, zodat ik vaak alleen was met Anna, verzuipend in een zee van tijd. Tijd om na te denken.

Lees verder Hoop

Kapot

‘… en hier ziet u duidelijk de kiesvormige afwijking. Als Anna een vrouw van veertig zal zijn, zullen haar hersenen er nog precies hetzelfde uitzien als vandaag.’, beëindigt de dokter haar uiteenzetting. Er valt een stilte. Afwijking in de kleine hersenen, zenuwbanen, hersenstam,… dat klinkt allemaal boeiend, tot de hersenscan van je eigen kindje voor je op tafel ligt en wordt besproken. Over Anna als veertigjarige vrouw wil ik al helemaal niet nadenken. Ik wil liever nergens meer over nadenken. Lees verder Kapot

Droom

Ik sta wat te rommelen in de keuken wanneer ik plots Martha ergens in de verte hoor roepen. ‘Mama! Mama, vlug! Je moet echt komen kijken!’ – ze klinkt alsof ze het zelf niet kan geloven – ‘Anna kan stappen!’. Ik laat de zak aardappelen vallen, rep me halsoverkop naar de speelmat, struikel bijna over de toren van Paw Patrol, kijk rond en… wat…? Dat kan niet. Hoe…? Maar ja hoor, daar staat ze. Mijn lief, klein poppemieke staat flink recht. Anna kijkt me aan, voor de allereerste keer, en zegt Lees verder Droom