Donker

“Wist je het van op voorhand?”, vragen mensen soms. “Nee, alles leek perfect”, is mijn antwoord. Anders hadden we Anna nooit laten geboren worden, denk ik erbij, maar dat zeg ik nooit luidop, omdat het raar voelt om dat nu nog te zeggen. Anna wordt bijna zeven. Lees verder Donker

Hoera

Toen Anna na drie verdrietige maanden het ziekenhuis mocht verlaten, reageerde onze omgeving dolenthousiast. Ik snap dat natuurlijk wel: eindelijk naar huis! Yes! En dan nog op Martha’s verjaardag! Hoera! Maar Jona en ik stapten onze herwonnen vrijheid tegemoet met een loodzware rugzak. Lees verder Hoera

Boom

Toen ik lang geleden in een boek las over het begraven van de placenta onder een boom, viel ik halsoverkop voor dat idee. De gedachte dat de moederkoek de grond extra vruchtbaar maakt, vond ik wondermooi. Jammer genoeg zorgde het hobbelig medisch parcours na Anna’s geboorte voor heel wat vertraging op dat symbolisch plan. De placenta’s van onze meisjes wachten al enkele jaren geduldig in onze diepvriezer. Maar vandaag is de grote dag.  Lees verder Boom

Aftellen

Soms, als ik aan honderdtwintig per uur op de autostrade rijd, stel ik me het spectaculaire ongeluk voor dat ik zou veroorzaken mocht ik plots naar links uitwijken. Heb jij dat ook? Of ik beeld me in, van boven op een hoge toren naar beneden turend, hoe het zou voelen mocht ik plots springen. Of uitglijden en vallen. Je weet vast wat ik bedoel. Toch? Die onschuldige morbide gedachten fladderen mijn hoofd weer even snel naar buiten. Lees verder Aftellen

Foutje

Ik blijf Anna aankijken en fluister vrolijke woordjes tot haar gezichtje wegglijdt naar dromenland. De anesthesist verwijdert het mondmasker en bevestigt met een zelfzekere knik dat ze slaapt. Terwijl een ziekenhuisjongen me de kamer uit leidt, klampt mijn bezorgde blik zich zo lang mogelijk vast aan vier flitsende handen die Anna’s verdoofde lijfje klaarstomen voor een zoveelste operatie. Ik ken de weg naar de wachtgang, maar wennen doet dit nooit. Lees verder Foutje

Woorden

Ik voel me intens klein en verdrietig wanneer ik verplicht word om Anna achter te laten. Ik staar naar de grond als een klein meisje dat berispt wordt door een strenge juf. ‘Het is maar voor één nacht, mevrouw, en u mag altijd bellen. Een nacht thuis slapen zal u trouwens goed doen.’ Nee!, wil ik roepen. Ik moet bij Anna blijven! Jullie begrijpen het niet. Lees verder Woorden

Infuus

Anna slaapt onrustig. Met haar oogjes dicht ligt ze te krawietelen in haar nieuwe ligorthese, die we handig op het ziekenhuisbed installeerden. Ik lig te luisteren naar haar gewoel. Hopelijk begint ze niet te wenen, denk ik vermoeid.

Het is onze derde week in het ziekenhuis. Vandaag klampte ik me voor een zoveelste keer vast aan een nietig lichtpuntje. Maar hoe langer ik mijn gedachten de vrije loop laat in de schemerige kamer, hoe sterker mijn hoopvol vonkje deze keer wordt. Lees verder Infuus