Woorden

Ik voel me intens klein en verdrietig wanneer ik verplicht word om Anna achter te laten. Ik staar naar de grond als een klein meisje dat berispt wordt door een strenge juf. ‘Het is maar voor één nacht, mevrouw, en u mag altijd bellen. Een nacht thuis slapen zal u trouwens goed doen.’ Nee!, wil ik roepen. Ik moet bij Anna blijven! Jullie begrijpen het niet. Lees verder Woorden

Infuus

Anna slaapt onrustig. Met haar oogjes dicht ligt ze te krawietelen in haar nieuwe ligorthese, die we handig op het ziekenhuisbed installeerden. Ik lig te luisteren naar haar gewoel. Hopelijk begint ze niet te wenen, denk ik vermoeid.

Het is onze derde week in het ziekenhuis. Vandaag klampte ik me voor een zoveelste keer vast aan een nietig lichtpuntje. Maar hoe langer ik mijn gedachten de vrije loop laat in de schemerige kamer, hoe sterker mijn hoopvol vonkje deze keer wordt. Lees verder Infuus

Hoop

Nadat we te horen kregen dat Anna een doofblind meisje was, bleef ik met haar een week in het ziekenhuis. Er wachtten Anna een heleboel onderzoeken, eerder bedoeld om andere mogelijke mankementen uit te sluiten. Ook al werd er flink gepuzzeld, soms stond er slechts één scan op ons medisch dagprogramma, zodat ik vaak alleen was met Anna, verzuipend in een zee van tijd. Tijd om na te denken.

Lees verder Hoop

Kapot

‘… en hier ziet u duidelijk de kiesvormige afwijking. Als Anna een vrouw van veertig zal zijn, zullen haar hersenen er nog precies hetzelfde uitzien als vandaag.’, beëindigt de dokter haar uiteenzetting. Er valt een stilte. Afwijking in de kleine hersenen, zenuwbanen, hersenstam,… dat klinkt allemaal boeiend, tot de hersenscan van je eigen kindje voor je op tafel ligt en wordt besproken. Over Anna als veertigjarige vrouw wil ik al helemaal niet nadenken. Ik wil liever nergens meer over nadenken. Lees verder Kapot

Droom

Ik sta wat te rommelen in de keuken wanneer ik plots Martha ergens in de verte hoor roepen. ‘Mama! Mama, vlug! Je moet echt komen kijken!’ – ze klinkt alsof ze het zelf niet kan geloven – ‘Anna kan stappen!’. Ik laat de zak aardappelen vallen, rep me halsoverkop naar de speelmat, struikel bijna over de toren van Paw Patrol, kijk rond en… wat…? Dat kan niet. Hoe…? Maar ja hoor, daar staat ze. Mijn lief, klein poppemieke staat flink recht. Anna kijkt me aan, voor de allereerste keer, en zegt Lees verder Droom

Troost 

Mijn verlangen naar een diepere band met mijn kleine meid, een band in de vorm van zinvolle communicatie, houdt me bezig. Ik ondervind dagelijks moeilijkheden bij schijnbaar vanzelfsprekende, banale dingen waar je in normale omstandigheden niet eens bij stilstaat.

In de winter ben ik bijvoorbeeld bang dat Anna het ’s nachts koud zal hebben. Ik duffel haar lekker in onder een extra dekentje, maar als ik ’s morgens haar lakens weghaal ligt ze nat van het zweet in haar bed. Dan voel ik me schuldig. Ik denk vaak: zou ze het te koud of te warm hebben? Ik weet het niet, maar ik neem toch alle beslissingen voor haar. Lees verder Troost 

Waarom

Als kind voelde ik al een sterke band met de natuur. Mijn respect voor alles wat leeft en mijn verlangen om de wereld te begrijpen zijn altijd bijzonder groot geweest. Ik vind de natuur prachtig en perfect.

Nadat mijn papa ons verliet – ik was toen net achttien – heb ik me jarenlang door het leven geworsteld. Ik kon dat verdriet niet aan. Ik weende dagelijks, voelde me eenzaam, onbegrepen, ik sloot me op en duwde iedereen om me heen weg. Daardoor heb ik mijn studies biologie niet afgemaakt. Ik heb nog steeds spijt van hoe ik toen ben omgegaan met de eerste moeilijke situatie in mijn leven. De scheiding van mijn ouders heeft mijn leven in twee gedeeld en heb ik nooit kunnen verwerken. Lees verder Waarom