Kapot

‘… en hier ziet u duidelijk de kiesvormige afwijking. Als Anna een vrouw van veertig zal zijn, zullen haar hersenen er nog precies hetzelfde uitzien als vandaag.’, beëindigt de dokter haar uiteenzetting. Er valt een stilte. Afwijking in de kleine hersenen, zenuwbanen, hersenstam,… dat klinkt allemaal boeiend, tot de hersenscan van je eigen kindje voor je op tafel ligt en wordt besproken. Over Anna als veertigjarige vrouw wil ik al helemaal niet nadenken. Ik wil liever nergens meer over nadenken. Lees verder Kapot

Bang

Anna ligt in haar parkje, amper bewegend, starend naar het plafond. Ik krijg maar geen contact met haar, denk ik zo stil mogelijk, in een poging mezelf te beschermen. Anna kijkt niet, ze lacht niet, ze grijpt niet, ze maakt geen geluidjes, ze ligt daar maar. Ik bestudeer mijn kleine baby zo objectief mogelijk, voor een zoveelste keer, naarstig op zoek naar hoopgevende signalen, maar diep vanbinnen dringt het steeds dieper tot me door.

Nadat ik een laatste keer de website van Kind & Gezin raadpleeg, tevergeefs zoekend naar dat ene zinnetje dat mijn zorgen zal wegnemen, google ik intens verdrietig het telefoonnummer van het ziekenhuis in Aalst. Lees verder Bang

Ploegen

Op het moment dat je ouder wordt van een gehandicapt kindje krijg je er naast je verdriet en zorgen plompweg een cruciale job als administratief medewerker en budgetbeheerder bovenop. De papieren rompslomp die een zorgenkindje met zich meebrengt is ronduit complex. Wie zich niet snel genoeg ontpopt tot een administratieve duizendpoot is gedoemd te verzuipen in een genadeloze zee van voorschriften, aanvragen tot terugbetaling, stempels en bijlagen.

Terwijl we voor Martha enkele belangrijke documenten in één mapje bijhielden, ontstond er voor kleine zus al gauw een uitgebreid klassement. Lees verder Ploegen

School

Ik herinner me hoe trots ik met Martha over de speelplaats wandelde, hand in hand, zwierig en zelfzeker. Een bijzonder moment, de eerste keer naar school. Vandaag is het Anna’s beurt. Jona en ik hoeven elkaar niet te vertellen dat we zenuwachtig zijn: de gespannen blik die we elkaar toewerpen, terwijl we de school binnenstappen, spreekt voor zich. We dragen Anna nog steeds in een te klein geworden Maxi-cosi. Haar lange beentjes bengelen onhandig over de rand, beide in het knalrood gips. De vervelende timing van de botoxbehandeling is plots een futiele bijzaak. Ik kan alleen maar denken: zal mijn lief popje het hier redden, de eerste keer bij vreemde mensen?  Lees verder School

Voltijds 

Jona staart door het venster van onze ziekenhuiskamer. Het vrolijke lenteleven gaat buiten zijn gewone gangetje, de zon schijnt alsof hierbinnen niets aan de hand is, maar schijn bedriegt. ‘Ik ga bellen naar mijn werk en Adil vragen of hij morgen mijn Egypte wil overnemen.’ De knoop is doorgehakt. Hij draait zich om, benieuwd naar mijn reactie. ‘Ik steun u, gelijk wat ge beslist.’ We praten stil (dat blijft een gewoonte, ook al weten we dat Anna niets kan horen). Ons meisje ligt te slapen in een veel te groot kinderbed. Ze ziet er uitgeput en bleek uit. We willen haar absoluut niet wakker maken. Lees verder Voltijds 

Reis

Mijn facebookaccount sloot ik na enkele verdrietige avonden met spijt af. Ik vond het te pijnlijk om geconfronteerd te worden met uitvoerig gelikete foto’s van gezinsvakanties in één of andere zevende hemel, terwijl ik alleen nog maar kon dromen van een stom uitstapje naar de Carrefour. Ik kon het gezinsgeluk van anderen moeilijk aan. Zelfmedelijden. Ik zal dat ten alle koste vermijden.

Toen in maart massa’s vragen wanhopig de nooduitgang in ons hoofd zochten, was op reis gaan het laatste van onze zorgen, ware het niet dat we op dat moment ons vakantiehuisje voor juli al hadden geboekt. Lees verder Reis

Google

We moeten een nacht in het ziekenhuis blijven nadat Anna een epilepsieaanval had. Een verpleegster is druk in de weer, een beetje zenuwachtig, en plakt een hele resem elektroden één voor één op Anna’s hoofdje, zodat deze vannacht haar hersenactiviteit kunnen registreren. De gebruiksaanwijzing ligt op haar schoot en ze dubbelcheckt minstens drie keer voor ze een elektrode durft aan te brengen. ‘Normaal gezien doet mijn collega dat altijd.’, verontschuldigt ze zich. Jona en ik wisselen een vermoeide blik uit die boekdelen spreekt. Geduld. Lees verder Google