Foutje

Ik blijf Anna aankijken en fluister vrolijke woordjes tot haar gezichtje wegglijdt naar dromenland. De anesthesist verwijdert het mondmasker en bevestigt met een zelfzekere knik dat ze slaapt. Terwijl een ziekenhuisjongen me de kamer uit leidt, klampt mijn bezorgde blik zich zo lang mogelijk vast aan vier flitsende handen die Anna’s verdoofde lijfje klaarstomen voor een zoveelste operatie. Ik ken de weg naar de wachtgang, maar wennen doet dit nooit. Lees verder Foutje